door Sarah Hermans

Op zaterdag 2 februari hebben we een leuke uitstap gedaan met onze leden.

In de voormiddag stond een bezoek aan het fort van Breendonk op de agenda. Het Fort werd gebouwd ter verdediging van Antwerpen en zijn haven. Het fort heeft de 2 WO meegemaakt en overleefd, na de nodige herstelwerken.

Na de middag was het tijd voor de stoeterij van Diepensteyn. Hier fokken ze de prachtige vosse Brabantse trekpaarden. Met hun goudbruine vacht en witte manen zijn ze al jaren het teken van Palm. 
Onze gids Bert vertelde ons met veel passie over het ontstaan van de stoeterij en gaf ons een zeer leuke rondleiding.

De stoeterij spitst zich vooral toe op het terug gezond maken van de paarden. Heel erg veel boerenpaarden lijden aan  chronisch progressief lymfoedeem (CPL). De aandoening zorgt ervoor dat de gemiddelde leeftijd van de dekhengsten zeer laag is.... Stoeterij Diepensteyn fokt met Duitse hengsten om het CPL eruit te krijgen. Reeds na enkele generaties is het verschil opmerkelijk. De benen van de 'nieuwe' hengsten zien er zeer gezond uit. 
Op de foto's van de evolutie van het Belgisch trekpaard is te zien dat ze vroeger helemaal geen behang hadden. Dat is er ingekomen door een mishandeling van de benen. Weliswaar zeer lang geleden. De verminking zorgde voor weelderige haargroei op de gemaakte wonden. Dat viel in de smaak bij de kopers, ook omdat het paard geen werkpaard meer moest zijn met de komst van de tractoren. Maar door jarenlang zo verder te fokken, is CPL ondertussen een zorg van veel trekpaard eigenaren. 

In de 1ste schuur konden we het koperen getuig bewonderen, zeer mooi gepoetst, dus afblijven was de boodschap. 
Hier vertelde Bert over de verschillende trekpaard rassen over de wereld. 
Ook wist hij fier te vertellen over de dekhengstkampioenen die hun stoeterij heeft voortgebracht sedert 1900. 

De deur van de getuigkamer bracht ons naar de stallen. Hier konden we hun mooie gouden reuzen bewonderen. Ik schrok toch wel over hoeveel groter deze kolossen zijn t.o.v. onze Friezen. Vooral hun hoofd is enorm. De paarden waren zeer lief en lieten zich gewillig strelen door de bezoekers. Alsof ze iets anders gewoon waren. 

Ook hier kregen we fokproducten te zien met de reeds gezonde benen. 

Onze tocht vervolgde naar de wasplaats, het solarium en de schapenstallen. 
Verder even naar buiten, daar zagen we de stapmolen.
Op onze weg naar het koetsenhuis konden we het prachtige domein bewonderen en de grote vijver. 

Aan de ene kant van het koetsenhuis zagen we de hoefstal. De paarden worden steeds warm beslaan.

In het grote koetsenhuis konden we de antieke koetsen bewonderen, met telkens een vakkundige uitleg over het gebruik ervan. In het kleinere koetsenhuis staan de koetsen die gebruikt worden voor de verhuur en ook de menwagens waarmee ze zelf nog wedstrijden mee gereden hebben. Nog steeds gebruiken ze de paarden en de koetsen om menlessen te geven, feesten op te vrolijken e.d.

Hier een sfeerindruk van de stoeterij.

Ga terug